Nikkel, De Groot en Mayr in mindere mate hebben dus veel te danken
aan Tielmann. De Duitser, in een ver verleden zelf springend voor
de DDR, is het geheim achter hun goede prestaties. Hij heeft ze
zoveel bijgebracht dat ze vanaf 1998 goed meespringen in de Continental
Cups, de wereldbeker voor B-springers.
Door de goede prestaties heeft de NSV zelfs
een speerpunt van het skispringen gemaakt, waardoor alles voor
de skispringers geregeld wordt. Daarnaast hebben de springers
een assistent-trainer gekregen. De Duitser Jochen Dannenberg,
in 1976 en 1977 nog winnaar van de Vierschansentournee. Het mag
de talenten aan niks ontbreken.
Teleurstelling
Nu, december 2004, de euforie is alweer uit
de lucht. In het seizoen 2001/2002, waarin kwalificatie voor de
spelen afgedwongen moet worden, gaat het mis. Er is een einde
gekomen aan de progressie van de talenten. Het plafond is bereikt,
de stijgende lijn wordt een vlakke lijn.
Het zit ook wel tegen. Mayr krijgt een ongeluk
tijdens een testsprong in een windtunnel en Nikkel kampt met veel
kleine blessures. Het is allemaal teveel van het goede.
Het mislukte seizoen brengt de springers aan
het te twijfelen. Er moet immers ook aan de toekomst gedacht worden.
Van het skispringen worden ze nooit rijk. Voor De Groot is het
uiteindelijk de reden om te stoppen, hij kiest voor zijn studie.
“Als ik door was gegaan, was ik misschien ooit een constante
top-30 springer geworden. Maar daar kon ik niet op wachten.”
Een jaar later volgt Nikkel dezelfde weg,
ook hij geeft zijn studie de voorkeur. “Ik maakte niet zoveel
progressie meer, dan moet je toch een keuze maken.” Na Nikkels
afscheidt besluit ook Mayr om zijn ski’s op te bergen. Hij
heeft teveel last van blessures. |