Je moet aardig wat moed verzamelen om van
vijftig meter hoogte naar beneden te vliegen. En dat over een
afstand van ruim honderd meter en een snelheid van negentig kilometer
per uur. Het wereldrecord staat zelfs sinds 2000 met 225 meter
(op de K185 schans van Planica in Slovenië) op naam van de
geflipte Oostenrijker Andreas Goldberger. Dan heet het ook wijselijk
skivliegen.
Goldberger (32) is een van de vele voorbeelden
dat schansspringen geen normale sport is. Andi, zoals hij liefkozend
genoemd wordt, gaf in 1997 op de Oostenrijkse televisie toe dat
hij in een Weense discotheek cocaïne gebruikt had. Goldberger
werd een jaar geschorst en probeerde daarna voor Joegoslavië
uit te komen om te kunnen blijven springen. Babyface mocht in
1998 weer voor zijn geboorteland uitkomen op de Spelen, na veel
nationale discussies, al duurde het tot 2000 voor hij zijn oude
niveau haalde. Er zijn ettelijk voorbeelden van ontspoorde springers
of gekken op latten. Zoals clown Eddy The Eagle Edwards, slager
en stripper Matti Nykanen of de eetstoornis van Sven Hannawald.
En dan nog de Nederlander Gerrit-Jan Konijnenberg.
Onze eigen Eddy Edwards. Al was Konijnberg wel stukken beter dan
de dwaze Brit, die overigens als een ware Tokkie vertroeteld werd.
Een antiheld met een grote jampotbril en vlassnor die molenwiekend
de schansen afduikelde. Overigens deed hij ook nog aan Speed-skiën,
een wintersportvariant waarbij zo snel mogelijk in een rechte
lijn van een berg gegleden moet worden. En daarnaast was hij kundig
in stunt-skispringen, The Eagle vloog over tien auto's.
Edwards (41) kon ruim leven van zijn escapades.
Hij schnabbelde erbij door lezingen te geven, kreeg eigen radioprogramma'
s, maakte plaatjes (een nummer 2 hit in Finland) en liet zich
dik sponsoren. Daarbij is hij nog steeds een van de bekendste
springers van het moment. Ook al speelt het zich allemaal ruim
tien jaar geleden af.
Konijnenberg (41) kreeg die massale bekendheid
niet en wil zich ook niet de Nederlandse Edwards noemen. "We
waren toen beide als laaglander bezig met het schansspringen,
meer overeenkomsten zijn er niet." Hij was wel de eerste
Nederlander die sinds de jaren dertig aan schansspringen deed
en het Nederlands record zette op 97 meter. De kleine Hagenaar
sprong al na twee jaar op Garmisch mee. Serieus en niet als een
clown. "Ik deed het om de kick van het springen, maar ook
om het reizen en de spanning. Later ook om over die honderd meter
te komen."
Zijn ultieme doel was meedoen aan de Olympische
spelen, maar de eisen voor kwalificatie waren te hoog. "Ik
heb toen nog via een NIPO enquête laten onderzoeken of de
Nederlandse bevolking achter mijn uitzending naar Albertville
stond." Konijnenberg maakte een deal met het enquêtebureau
en als hij er genoeg aandacht aan zou geven zou het nagenoeg gratis
zijn. "Dat was wel grappig, ja. De meerderheid van de ondervraagden
wilde mij graag terug zien in Frankrijk, maar NOC-NSF was niet
om te praten."
Konijnenberg, nu vader van vijf skiënde
kinderen en werkzaam in de PR en managementwereld, wil niet zeggen
dat skispringers bij voorbaad rare figuren zijn. "Dat heb
je sportbreed. In elke sport zitten wel zulke mensen. Ze staan
enorm in de belangstelling en hebben daar nog wel eens problemen
mee. "In de jaren '80 bracht het NOC een rapport Het Zwarte
Gat - uit over wat sporters na hun carrière meemaken",
vertelt Konijnenberg. "En dat was meestal niet echt goed."
Zelf had hij na het beëindigen van zijn loopbaan als waaghals
in 1992 geen last van het gat. "Nee, hoor, ik kende immers
het rapport."
Waren Edwards en Konijnenberg gewoon amateurs,
voor de meeste springers is het bittere ernst. Iets te veel ernst
had Sven Hannawald (30). De Duitse topspringer behaalde twintig
maanden geen zege, voordat hij op 1 januari 2002 in Garmisch won.
Hij ging daarbij door een diep dal. Hannawald werd lange tijd
van boulimie verdacht. Het lichtgewicht at minimaal en zag eruit
als een skelet. Maar hij verloor ook de kracht die bij een afzet
nodig is. In het Duitse kamp werd alles gedaan om hem er weer
geestelijk bovenop te helpen. En dat lukte, zoals hij zei na zijn
overwinning: "Het is weer helemaal terug. Ik heb eindelijk
weer plezier op de schans".
Triester is het verhaal van Matti Nykanen
(41), een van de grootste sporthelden van Finland. Hij won in
1984 in Sarajevo Olympisch goud op de grote schans. In 1988 in
Calgary herhaalde hij dat en won hij ook goud met het Finse team
en op de kleine schans.
Uiteindelijk won hij vier gouden en een zilveren
medaille op de Spelen en werd hij zeven maal winnaar van de wereldbeker.
In een sport die in het koude noorden net zo populair is als bij
ons het schaatsen. Begin dit jaar schreef hij al een boek over
zijn leven met de toepasselijke titel: Groetjes vanuit de hel.
Want na zijn carrière, en eigenlijk al tijdens, belandde
hij in de drankput. In 1987 werd hij zelfs uitgesloten voor deelname
aan de Vierschansentournee vanwege de fles.
Nadat Nykanen tien jaar geleden zijn medailles
en sponsoren verloor ging hij op een andere manier zijn geld verdienen.
Hij ging strippen in een club, de reden waarom je op Google veel
aanbiedingen voor zijn lichaam vindt ('Matti Nykanen nude'), en
ging op de muzikale toer. Hij heeft twee cd's en een hitsingle
uitgebracht. Over het boek verwachtte hij wel kritiek. "Natuurlijk
zijn er altijd mensen die alles veroordelen wat je doet, maar
deze jongen gaat gewoon door.''
In augustus kwam Nykanen weer in het nieuws.
De voormalige vliegenier werd met zijn vrouw in Nokia gearresteerd
wegens poging tot moord. De Flying Fin zou in dronken toestand
een 59-jarige man met een mes hebben toegetakeld.
Dat skispringers geen doorsnee mensen zijn
bewijst Primoz Peterka (25), of zoals op zijn site te lezen staat:
‘Ski-jumpers are different’. Hij won in 1997 op zijn
17e al de Vierschansentournee. De Sloveen was er net als Martin
Schmitt (24, sprong op zijn negentiende al met de top mee) en
Toni Nieminen (29, werd op 16-jarige leeftijd in 1992 Olympische
kampioen) er al vroeg bij. Echter, hij was maar kort aan de top.
Zijn loopbaan raakte in het slop. Het trieste is dat hij zelf
ook geen verklaring kon geven voor zijn falen. “Ik heb werkelijk
geen idee waarom ik zo slecht sprong. Zoals ik daarvoor goed was,
ging het later opeens slecht.” Peterka kwam in 2001 pas
uit het dal en hervond zijn glorie toen hij op 1 januari 2003
in Garmisch mocht winnen.
En daarbij, springers lijken koelbloedig,
maar zelfs de Japanse kamikazevliegers, die in 1998 in hun thuisland
de gouden Olympische teammedaille haalden, waren een beetje gek.
De beelden van de uitbundig van vreugde jankende Masahiko Harada
(36) gingen de wereld over. Nooit huilde er iemand mooier van
geluk. En dat omdat ze wat verder sprongen dan hun concurrentie
Duitsland en Oostenrijk. Skispringen, het blijft een rare sport.
Opmerkelijke springers
Eddy ‘The Eagle’ Edwards (41):
Brits skispringfenomeen annex schnabbelaar, bekend door zijn lasbril
en kolderieke sprongen.
Sven Hannawald (30): Duitser die leed aan
een eetstoornis omdat hij zo licht mogelijk wilde zijn, om zo
ver mogelijk te vliegen.
Andreas ‘Babyface’ Goldberger
(32): Oostenrijkse opperwaaghals met een wereldrecord van 225
meter. Gebruikte cocaïne en was een aantal jaar een beetje
de weg kwijt, wilde zelfs Joegoslaaf worden.
Yukio Kasaya (61): Legendarische springer
en uitvinder van de Japanse school. Was in 1972 Olympisch kampioen
op de kleine schans. Sinds 1980 bondscoach van Japan.
Gerrit-Jan Konijnenberg (41): Eerste Nederlandse
skispringer sinds 50 jaar, vooral voorspringer en houder van zijn
eigen NIPO enquête.
Toni Nieminen (29): Deze Fin werd op zestienjarige
leeftijd (en 259 dagen) Olympische kampioen in Albertville op
de 120 meter schans. Won datzelfde jaar de Vierschansentournee.
Daarna is er weinig meer van hem vernomen.
Matti ‘The Flying Fin’ Nykanen
(41): Finse held in orde van Mika Hakkinen (Formule 1) en Paavo
Nurmi (atletiek). Bekend om zijn drang naar de fles en zijn stripcarrière.
Primoz Peterka (25): Won op zijn 17e al de
Vierschansentournee, raakte daarna in een dip en kwam er definitief
weer uit door in Garmisch te winnen.
Jens Weissflog (40): Hij won eerst voor Oost-Duitsland,
om later voor het verenigde Duitsland opnieuw de Vierschansen
te winnen.
Bron:
Door Kees van Dalsem, 29 dec. 2004 (Uit: sportfabriek
2004)
|